Wanneer kan een kind aangemeld worden voor diagnostiek?


De praktijk kent de mogelijkheden tot het verrichten van diagnostiek ten aanzien van  de volgende ontwikkelingsgebieden:

Cognitie/kennis: voor wat dit betreft kunnen kinderen aangemeld worden, waarbij problemen ervaren worden ten aanzien van het leren. Dit houdt in dat er vragen gesteld kunnen worden die zowel een enkel gebied van de cognitie betreffen bijvoorbeeld de taalontwikkeling, als vragen die een groter deel van de cognitie betreffen, bijvoorbeeld: “Is er sprake van een achterstand in de ontwikkeling van mijn kind?”, “Is mijn kind soms hoogbegaafd?” of “Kan mijn kind zich, cognitief gezien, redden binnen het reguliere basisonderwijs of is er extra steun nodig?”. Ook voor volwassenen zijn beperkte diagnostische tests aanwezig.

Didactische problematiek: dit gebied omvat en beïnvloedt over het algemeen eveneens voornoemde aspecten, maar kennen daarnaast een meer specifiek op het leren toegespitst probleem. Hieronder valt onder meer het vermoeden van de aanwezigheid van dyslexie (ook wel bekend als leesblindheid) of dyscalculie (het niet of nauwelijks kunnen rekenen).

Sociale problematiek: hierbij denk ik aan kinderen, waarbij problematiek ervaren wordt ten aanzien van hun gedrag in groepen of op ander sociaal gebied. Voorbeelden hiervan zijn onder meer vragen als: “Mijn kind vindt geen aansluiting bij andere kinderen, hoe komt dat?”, “Mijn kind sluit zich af als er andere kinderen in de buurt komen” of “ Mijn kind gedraagt zich agressief in het bijzijn van anderen”. Een oorzaak hiervoor is vaak terug te vinden, middels uitgebreide diagnostiek.

Emotionele problematiek: Dit betreft kinderen die bijvoorbeeld extreem angstig zijn of die de indruk wekken dusdanig slecht in hun vel te zitten dat dit hun algehele functioneren negatief beïnvloedt. Ook kan hieronder problematiek vallen zoals bedplassen (na uitsluiting van een lichamelijke oorzaak) of nagels bijten en het hebben van nachtmerries of nachtelijke onrust. Hierbij wordt onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van faalangst en de invloed daarvan op het algehele functioneren. Dit gebeurt zowel door middel van speciaal daarvoor ontworpen testmateriaal als door middel van gedragsobservaties en een inventarisatie van onder meer de werkhouding.

Problematiek die zich richt op de eventuele aanwezigheid van ontwikkelingsstoornissen: Hierbij kan men denken aan ADHD of aan de aan autisme verwante ontwikkelingsstoornissen, zoals PDD-NOS of het Syndroom van Asperger. Ook andere ontwikkelingsstoornissen kunnen mede middels de psychodiagnostiek worden onderkent.

Problematiek die meerdere van bovenstaande gebieden betreft: hierbij denk ik onder meer aan een vraagstelling die voort kan komen uit het feit dat een kind vanuit de basisschool het advies gekregen heeft om middelbaar onderwijs op een bepaald niveau te gaan volgen en waarvan later blijkt dat het niveau niet aansluit bij het kind. In zo’n geval kan gekeken worden in hoeverre er sprake is van bijvoorbeeld een probleem betreffende de prestatiemotivatie. Ook kan de invloed van faalangst op het functioneren worden onderzocht. Tevens is het belangrijk om in zo’n geval een duidelijk beeld van de capaciteiten van een kind te krijgen en te onderzoeken in hoeverre de ‘puberteit’ van invloed is op het functioneren van het kind.



Wanneer kan een jongere of volwassene worden aangemeld voor psychodiagnostiek:
Binnen de praktijk bestaat ook de mogelijkheid om tests af te nemen bij personen van 16 jaar en ouder. Indien er in verband met school of het werk vragen bestaan omtrent de cognitieve mogelijkheden, dan zijn er 2 soorten tests mogelijk. Het betreft hier een algemeen intelligentie-onderzoek of een specifiek capaciteitenonderzoek. Dit laatste onderzoek is gericht op het vormen van een beeld van de sterke en zwakke kanten van iemand, afgestemd op bepaalde kennisgebieden.
Tevens is een persoonlijkheidsonderzoek mogelijk om meer inzicht te krijgen in hoe iemand ‘in elkaar zit’. Dit kan bijdragen aan een zorgvuldig advies.
Voor schoolverlaters bestaat de mogelijkheid tot een korte beroepeninteresse test.
Tevens is het mogelijk om de aanwezigheid van dyslexie of een ander ontwikkelingsprobleem, waaronder bijvoorbeeld ADHD, vast te stellen.